Pierre Benjamin Bähler

Geboren op 25 mei 1807.
Hij wordt soldaat, kantoorbediende, chocoladefabrikant en daarna landmeter.
Eind augustus 1831 spreekt hij in Amsterdam met Willem de Clercq (1795-1844) die in hem wel een huisleraar voor zijn kinderen ziet. In het boek “Willem de Clercq (1795-1844)” van W.A. de Clercq wordt Pierrre Benjamin Bähler overigens ten onrechte J. Pierre genoemd. De werkzaamheden en contacten tussen De Clercq en Bähler zijn in het boek te vinden van blz. 298-428. Die periode loopt tot 1841.

(In 1852 erfde hij een behoorlijk fortuin van peetoom Gabriël Benjamin Bähler, een broer van zijn vader.)

Van 1859-1861 predikant in Hellendoorn om daarna naar Deventer te gaan en emigreert in 1865 naar Amerika,

Predikant in Albany 1865-66; Paterson 1866-68; Rochester 1868-73, vervolgens emeritus. Overleed op 28 januari 1882.

Op 21 mei 1835 huwde hij met Charlotte Harriott Sames; zij was lid van een Franse Hugenoten dominees- en missionarissenfamilie. Zij kregen samen zeven kinderen:
1. Een dochter die vóór 1853 is overleden
2. Louis Henri – Amsterdam, 10 september 1839
3. Joan Ottocar – 1942
4. Pierre Guillaume –
5. Martin, leraar –
6. Ivan, –
7. Pierre Maximillian, predikant; tot 1907 ging hij nog voor en doceerde hij Nederlands

Deze jongste kinderen hebben gestudeerd aan het Rutgers College, New Brunswick, New Jersey.

Onderstaande komt van de website https://www.gereformeerdekerken.info:

In 1853 kwam het echtpaar Bähler in Meppel wonen. P.B. Bähler (1807-1882) behoorde, in tegenstelling tot zijn echtgenote, niet tot de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk. Hij was in 1807 in Zwolle geboren en het echtpaar kwam in Meppel – nog toen ds. S. Sijpkens (1824-1903) hier predikant was – toelating tot het avondmaal vragen. Dat werd toegestaan, mits men een attestatie inleverde. Dat gebeurde in maart 1854 inderdaad, maar toen bleek dat Bähler zélf geen lid van de Kerk was. Hij was namelijk de zoon van de Waalse predikant L.H. Bähler en behoorde als zodanig dus tot de hervormde kerk. Daarbij bleef het aanvankelijk, want in de notulen wordt dan geruime tijd niet meer over hen geschreven.

Tot hij in januari 1857 tóch deelnam aan het avondmaal, maar nog steeds geen lid van de Kerk was; toen kwam daarover een bezwaarschrift binnen. De kerkenraad drong er bij Bähler op aan geen ergernis te geven. Dat viel kennelijk niet in goede aarde, want enkele maanden later deelde zijn vrouw mee zich van de gemeente af te scheiden. In oktober dat jaar keerde mevrouw echter op haar schreden terug en vroeg weer toelating tot de gemeente; maar de kerkenraad kon iemand ‘die zich had losgescheurd van de gemeente, niet zoo weder aannemen’. In januari 1858 vroeg ze opnieuw het lidmaatschap aan en ook haar man wilde graag tot de kerk toetreden en stuurde daartoe een attest van de Waalse Kerk uit Brussel. Het was echter een verouderde attestatie en daarom werd alleen mevrouw op gesprek genodigd. Met instemming van de classis werd zij tot de gemeente toegelaten.

Toen echter in februari 1858 bleek dat de kerkenraad van de Afgescheiden Gemeente van Hellendoorn Bähler als predikant beroepen had en om inlichtingen vroeg, zal de kerkenraad ongetwijfeld afgeraden hebben het plan door te zetten. Het echtpaar verhuisde echter in april dat jaar naar Hellendoorn. De kerkenraad van Hellendoorn en zélfs docent S. van Velzen (1809-1896) van Kampen (één van de ‘vaders der Afscheiding van 1834’) verzochten om een attest naar Artikel 8, door middel waarvan Bähler op grond van ‘singuliere gaven’ zou kunnen worden toegelaten als predikant van Hellendoorn. De kerkenraad van Meppel kon dat attest niet verstrekken. Ook de classis protesteerde tegen het beroep dat op Bähler was uitgebracht. Desondanks besloot de provinciale synode van Overijssel hem te examineren. Zo werd Bähler van 1859 tot 1861 predikant te Hellendoorn, waarna hij naar Deventer vertrok. Vanuit Deventer vertrok hij in 1864 naar de Verenigde Staten, als predikant van de ‘Dutch Reformed Church’.